|
|
VAN BINSBERGEN, KERSTENS & KAMPHUIJS |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() Seizoen 1995/1996 Aflevering 1 |
Het is rond 3 uur 's nachts. Kamphuijs komt dronken een rommelige studentenflat binnen. Kerstens ligt op de bank te slapen... Kamphuijs: Van Binsbergen... Kerstens... Hij pist in de wasbak... Kamphuijs: Hé Kerstens. Kerstens: Tsjesses, gg Kamphuijs: Kerstens: Kamphuijs, lul. Kamphuijs: Lig je te slapen, man? Kerstens: Jezus man, wat doe je nou? ... lullo ... Hoe laat leven we? Kamphuijs: Kwart voor drie, gek. Kerstens: Godverdomme, kwart voor drie. Kamphuijs: Jezus, man, lig je te slapen? Kerstens: Ik ben in slaap gevallen, ik lag televisie te kijken. Ik ben in slaap gevallen. Kamphuijs: Jezus, lullo. Kerstens: Waar ben je geweest, lul? Kamphuijs: Ik ben met, eh ... Kamphuijs rochelt... Kamphuijs: Ik ben met Alice uit geweest. Ken je Alice? Kerstens: Alice in Wonderland? Kamphuijs: Ja, Alice in Wonderland, ja. Kerstens: Alice met de wonderdoos. Heb je g... Kamphuijs onderbreekt Kerstens door te rochelen. Kerstens: Kamphuijs: Nee man, juist niet. Daar gaat het juist om. Moet jij een biertje? Kerstens: Geef me een pilsje. Kamphuijs loopt naar de koelkast en pakt twee pilsjes Kamphuijs: Weet je, het is niet te geloven, maar je kent Alice? Kerstens: ..., die Alice? Kamphuijs: Ja, díe Alice. Kerstens: Ja. Kamphuijs: Ja, die Jan Pieter heeft er nog mee geneukt. Kerstens: Ja, ja. Kamphuijs: Hoe heet die..., Diederik liet zich altijd pijpen, weet je wel..., voor geld. Kerstens: Ja Kamphuijs: Door haar. Kerstens: Heeft ie gepijpt? Kamphuijs: Leuk wijf. Wat? Kerstens: Heeft ie gepijpt? Kamphuijs: Nee, man. Lul nou niet zo slap. Kerstens: Kamphuijs: Ik denk, op een gegeven moment, hè, weet je wel vanmiddag, ik dacht: weet je wat ik doe? Ik neem Alice mee uit, hè, maar op een leuke manier, weet je wel. En niet meteen neuken neuken. Kerstens: Heb je haar niet geneukt? Nee. Kamphuijs: Makkelijk, kan iedereen. Ehhh, dus ik denk: nou leuk,laat ik eerst ehh...gewoon een wandelingetje in het park, of zo. In het zonnetje, gewoon leuk. Kerstens: En toen heb je haar geneukt? Kamphuijs: Nee, man. Laat me nou effe... laat me nou effe uitleggen. Kerstens: Ik luister toch man, Kamphuijs: Hé Kerstens. Kerstens: Heb je haar geneukt of heb je haar niet geneukt? Kamphuijs: Ben ik je iets aan het vertellen of ben ik je niets aan het vertellen? Kerstens: Oké. Kamphuijs: Oké, nou, ik loop met haar in het park, dat is leuk leuk, en op een gegeven moment denk je van: nou, dat is leuk. Kerstens: Dat is leuk. Kamphuijs: Dus ik zeg, we gaan wat eten, hè. Kerstens: Ja Kamphuijs: Ja, laten we zeggen, dat is leuk. Want er zit hier verder op, ik weet niet of je het kent, zit er zo dat viëtnameesje, weet je wel. Kerstens: Oh, dat viëtnameesje. Kamphuijs: Een hele leuke viëtnamees. Kerstens: Met dat gekke, leuke, geile dingetje daar achter... Kamphuijs: Ja, dat geile dingetje. Kerstens:... die loempiaatjes zit te rollen. Kamphuijs: Ja, precies, ja, dat geile... Dus ik denk, nou dat is leuk met Alice, hè... Kerstens: Ja, ja. Kamphuijs: ... ik neem haar mee, maar ehh, ik denk op een gegeven moment... Kerstens: Die heb ik een keertje geneukt. Kamphuijs: Wat, die van het viëtnameesje, heb jij die een keer geneukt? Kerstens: Ach ja. Kamphuijs: Ik dacht ... Kerstens: Ja, is ze ook wel. Die viëtnameesjes zijn een beetje van die snelle pijpertjes. Kamphuijs: Oh ja... Kerstens: à la viëtnamiet. Kamphuijs: We zitten op een gegeven moment te eten, viëtnamees, hardstikke goed, hardstikke .. heet. Lekker eten. Kerstens: Oh ja, jij dacht heet, en toen heb je d'r geneukt? Kamphuijs: Nee man, laat me nou even vertellen, oké. Ik, ehh, ga met Alice mee naar huis, alles leuk, koek en ei, je weet wel. Wat gezopen natuurlijk, weet je wel, lekker, gewoon lekker, leuk, ehh, dus ik met Alice op een gegeven moment, nou ja, je weet hoe het gaat, Kerstens: Ja Kamphuijs: Je kent me, hè, hè, hè, hè, hè Kerstens: Ja, ha ha ha, ja Kamphuijs natuurlijk. Kamphuijs: We liggen op een gegeven moment in bed, ja Kerstens: Ja Kamphuijs: Ja Kerstens: Ja Kamphuijs: He, enne, op een gege..., nou ja, je weet het hoe ik ben, hè, Kerstens: Ja ik snap hem al Kamphuijs rochelt en spuugt... Kamphuijs: Nee, maar ja, nu komt het... Kerstens: Ja lul. Kamphuijs: Nee, lullo, nee Kerstens: Kamphuijs, zo ken ik je weer, Kamphuijs: Ouwe lullo pikkestein, ja, moet je luisteren, ik lig, ehh, we liggen, ik denk, ik daal af, hè, naar de grotten, zou ik maar zeggen, naar die liflafjes daar onder, weet je wel, de shoarmaslagerij even uit, ehh ... Kerstens: Goh Kamphuijs: ... dus ik ben op een gegeven moment bezig, weet je wel, clitoris als een sinaasappel, weet je wel, ... Kerstens: Ja, ja Kamphuijs: Dus ik ben lekker bezig, laat ik het zo zeggen Kerstens: Beetje sappen centrifugeren, hè Kamphuijs. Kamphuijs: Ja, precies. Kerstens: Dat is jou wel toevertrouwd, lul. Kamphuijs: Ja, ik ben die lollies een beetje aan het uitlikken, enne, op een gegeven moment, wat denk je, ik voel die buik zo'n beetje aanspannen, ik denk, Kerstens: Nou... Kamhuijs doet alsof hij overgeeft... Kamphuijs: In één keer die viëtnamees naar buiten. Kerstens: Jezus Kamphuijs: Ik dacht dat ik gek werd, Kerstens: Godverdomme Kamphuijs: Ik voel, ik proef nog de smaak, weet je wel. Kerstens: Dat heb jij nou weer, Kamphuijs. Kamphuijs rochelt en spuugt opnieuw... Kerstens: In één keer leeg? Kamphuijs: Ja, dus ik denk hé hallo. Kerstens: Kon je nog wegkomen? Kamphuijs: Ja, nee, meteen m'n kleren aan en wegwezen, weet je wel, en dat wijf kan voor mij meteen de pot op. Kerstens: Goh zo. Kamphuijs: Ja, de pot op, jezus man. Wat heb jij gedaan? Kerstens: Wat? Kamphuijs: Heb je hier gewoon een beetje liggen pitten, de hele avond. Heb jij nog geneukt? Kerstens: Geneukt, vanavond? Kamphuijs: Heb je geneukt? Kerstens: Nee, ik heb niet geneukt. Kamphuijs: Nee, niet geneukt. Kerstens: Ik heb nagedacht. Kamphuijs: Oh, nagedacht. Kerstens: Ja. Kamphuijs: Nou, moet kunnen. Kerstens: Over m'n boek. Kamphuijs: Ah, je boek, hoe is het ermee? Kerstens: Nou gaat goed. Kamphuijs: Goed. Kerstens: Gaat lekker. D'r wordt lekker over nagedacht. Kamphuijs: Goed. Kerstens: Ik denk dat ik morgen ga beginnen. Kamphuijs: Heel goed. Kerstens: 't Zit nu gewoon goed. Kamphuijs: Ja. Kerstens: Je weet, het verhaal dat ik jou vertelde, van mijn vader, nou ik heb bedacht, hij gaat op de eerste bladzijde al dood, want het is gewoon een lul, hij gaat op de eerste bladzijde dood, maar dat werkt dus niet. Want in het tweede hoofdstuk ga ik dan Mariëtta neuken, maar dat is hel duidelijk, dat ze dat ook goed herkent, dat ze heel goed kan zien dat ik haar pagina's lang aan het neuken ben ... Kamphuijs: Neuken, ja, neuken gewoon. Kerstens: ... de bitch, dat het er pagina's lang van af druipt dat zij het is, weet je wel. Als ik het dan omdraai, en gewoon die vader van mij een tijdje door laat leven, de lul, dat ie dat leest, maar dat hij zich ook goed herkent, nee hoor, in alle boeken gaan boeken gaan tegenwoordig vaders dood, gelul. Kamphuijs: En ga je Mariëtta ... Van Binsbergen komt de kamer binnen, zijn jas neersmijtend Kamphuijs: Hé Van Binsbergen, wat maak jij nou, Van Binsbergen? Van Binsbergen: Kamphuijs: Wat kut? Van Binsbergen: Nou alles naar de klote gewoon. Jongens help me even, dit is... Kamphuijs: Wat is er? Van Binsbergen: Nou ja, ik bedoel ehh. Ik heb morgen dus ehh. Nou ja goed, die hele studio is dus gewoon in de fik gevlogen, had ik vier maanden geleden, had ik dus al helemaal afgesproken met dat meisje dat jullie laatst, dat meisje uit Schagen wat jullie toen nog zo'n heerlijke beurt hebben gegeven, heb ik dus ontzettend gelazer met die ouders gehad, hè, die hier even auditie kwam doen. Dus jullie zijn mij nou eigenlijk wel even iets verschuldigd. Kerstens en Kamphuijs: Nou ehh, we zijn jou altijd wel wat verschuldigd, Van Binsbergen, die kennen we nou wel. Van Binsbergen: Hoe is het met dat mens van boven, is ze nog ziek? Kerstens en Kamphuijs: Wat? Van Binsbergen: Dat mens van boven? Kerstens: Die is hardstikke doodziek, ze vroeg of we een beetje zachtjes konden doen. Volgens mij doen wij voor deze tijd van de ochtend zachtjes genoeg. Van Binsbergen: Ik zou zeggen, ehh, er staat iemand op de gang, en die kan je eigenlijk alles wel... Jansen, kom effe hier, hé, je moet het even vertellen. Jansen komt binnen Van Binsbergen: Wij hebben morgen voor studenten-tv, dit is Jansen, wij hebben morgen voor studenten-tv, die hele studio was gepland en helemaal naar de klote, we hebben eigenlijk voor studenten-tv morgen nou iets ontdekt, met studenten-tv voor morgen even een promotje maken. De studio is helemaal naar de kloten, dus. Kamphuijs: Hé wacht even Van Binsbergen, wacht, nee hè. Van Binsbergen: Als je dit, dit spul niet door laat gaan, dan hak jij over een jaar je kop eraf en denk je heb ik dit laten schieten? Kamphuijs: Hé Van Binsbergen. Van Binsbergen: Echt jongens, het is vijf minuten. Kamphuijs: Dus niet nu hier, hè. Wat heb je daar buiten staan? Kamphuijs loopt naar de deur. Van Binsbergen houdt hem tegen... Kamphuijs: Nee kom op, het is drie uur 's nachts. Van Binsbergen: Vijf minuutjes, even met de camera, even een promotje draaien, man. Het lukt Kamphuijs toch de deur open te maken. Hij kijkt op de gang... Kamphuijs: Jèzus nee hè, Van Binsbergen, niet hier, man. De Raggende Manne komen binnen met hun spullen... Kamphuijs: Vijf minuten, Van Binsbergen... Geen minuut méér! Van Binsbergen: Okee, jongens, iedereen klaar? Hé, ik zou zeggen toi toi toi... camera loopt... De Raggende Manne spelen poep in je hoofd. |
|
door Javka en Trifkac |